Ziek

Ik lig in een hoogslaper, zo'n hoogglans witte met een bureau eraan vast. We wonen op de Dagmaat in Dronten, het huis met een hele grote zolder met daar in het midden een trap. Ons huis stond aan een grote weg. Mijn slaapkamerraam had uitzicht op de achtertuin en die weg. Ik lig in mijn hoogslaper, maar slaap niet. Beneden zijn er naast de stemmen van mijn ouders, stemmen die ik niet ken. Mama komt uiteindelijk naar mijn kamer en laat zien dat haar haar is weggeschoren. Haar laatste haar. De weken en maanden ervoor liep ze met hoofddoekjes. Maar er viel teveel uit. Dus alles ging er af en er werd een pruik gemaakt, die echt exact leek op haar eigen rode krullen.

Mama had kanker. Mijn moeder is 34, zo oud als ik nu ben. Ik was 7, zo oud als Mila nu is. Hoewel ik niet veel exact heb onthouden weet ik bepaalde dingen tot in detail. Bijvoorbeeld dat er altijd familie was om voor mij en mijn zusje te zorgen wanneer ze een chemo heeft gehad. Dan werden er bloemen langs de deur gebracht. Mijn moeder lag dan de hele dag op bed, in een donkere kamer met een emmer naast haar hoofdeind. Ik weet nog een verjaardag van mijn zusje, maar dat is vooral van één foto die nergens meer te vinden is. Mama was daar helemaal kaal, omdat ze niet perse een slank postuur had maakte we grapjes dat ze op Sugar Lee Hooper leek. 'Jo met de Banjo'. Ik weet ook nog de dag dat ze schoon verklaard werd. Wij zaten met onze oppas Derkje te eten en zij werd gebeld door mijn ouders in de auto. De tranen rolde over haar wangen, Mama werd beter! Dezelfde week was er een feest met alle familie en eten.

Ik sta onder de douche. Wanneer ik mij inzeep check ik altijd mijn lichaam. Bij mijn borst voel ik een verdikking. Zoals altijd check ik ook de andere kant. Mijn referentiekader. Is het op beide plekken hetzelfde dan is het goed. Dit is niet het geval. Onder de douche maalt mijn hoofd. 'Je kijkt teveel naar mensen die ziek zijn'. Ik laat het even. Spreek mijn zorgen uit tegen Michael waarop hij zegt, "Jij gaat echt niet eerder dood dan ik". Gatver dood, zo'n onderwerp die ik al mijn hele leven liever mijdt. Die nacht had ik kanker, nam ik afscheid van mijn gezin en was het einde in zicht. Volgens mij ben ik zelfs even op mijn begrafenis. Die ochtend zegt Michael 'ga dan naar de huisarts als je twijfelt'. Ik besluit het tot na het weekend uit te stellen. Zaterdag check ik nogmaals en voel ik niks meer.

Meerdere keren per jaar heb ik zo'n moment, ik voel wat en het is kanker. In mijn hoofd neem ik al afscheid. Hypochonder is het niet. Ik ben gezond, heb nog nooit in het ziekenhuis gelegen, nooit iets gebroken. Makkelijk zwanger, prima bevallingen. Mijn moeder had hetzelfde. Dan ineens moet je nog jong met jonge kinderen de dood in de ogen kijken. Ze had non-hodgkin. Lymfeklierkanker. Ergens lijkt het alsof ik mij voorbereidt en terwijl ik dit schrijf voel ik mij onwijs kwetsbaar. Ik ben altijd iemand geweest die dood een eng iets vind. Die daarover nadenkt, bang voor is. Tegelijkertijd ook niet over na durft te denken.

Het plekje in mijn borst voel ik niet meer, maar er zal altijd een plekje zijn die deze onrust weer aanwakkert. Mijn rugzakje.

Lees 240 keer

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.