Later als ik groot ben..

Later als ik groot ben, wie ben ik dan? Heb ik dan alles gedaan wat ik wilde? Zijn onze kinderen op de plek gekomen waar ze moeten zijn? Hebben wij alles meegegeven aan ze wat wij belangrijk vinden in het leven?

In mijn vorige blog schreef ik al dat ik het gevoel heb dat ik in een nieuwe fase zit. Het komt denk ik door drie kinderen op school, eindelijk niet meer alleen maar in de zorg rol zitten. Dus er is ruimte om te gaan ontdekken wie ik ben naast het moeder zijn. Niet wie ik was, wat was is geweest. Nu het minder zorgen voor is maar wel zorgen maken om wordt, maakt dat ik steeds bewuster ben in mijn rol als opvoeder. Wat neem ik mij uit mijn opvoeding, wat niet? Wie was ik als kind, wat werkte wel en niet voor mij?

Michael en ik komen uit twee totaal verschillende opvoedingen. Mijn moeder is tot ik zeven jaar oud was thuis geweest. Iets waarvan ik zeker weet dat dit haar niet perse iets heeft gebracht. Qua werkethiek ben ik mijn moeder. Als ik haar verhalen hoorde over het gezwets op schoolpleinen en je daar totaal niet op je plek voelen, herken ik dit meteen. Terwijl we echt sociaal zijn hoor. Bij mensen die we kunnen voelen, begrijpen en waar er een klik mee is. Toen ik negen jaar oud was zijn we verhuisd naar Amersfoort. Wij zijn best vaak verhuisd. Ik heb drie basisscholen gehad in mijn jeugd. Mijn ouders starten hun eigen zaak en mijn zusje en ik waren sleutelkinderen. Negen en zeven jaar oud. We bleven over op school en gingen daarna naar huis. Vaak deden we boodschappen, kookte en als mijn ouders thuis waren na een drukke dag werken stond het eten op tafel. We deden ook dingen die bij onze leeftijd paste. We hadden altijd veel te veel klasgenootjes over de vloer. We belde The Box plat voor liedjes waarna mijn moeder torenhoge telefoonrekeningen kreeg. Er ging wel eens wat kapot. Mijn zusje heeft een kampvuur gemaakt op haar matras met lucifer stokjes. Het ging altijd goed. Als ik dit nu type en mij dan voorstel dat Mila ook dit jaar negen jaar oud wordt. Kan ik het mij niet voorstellen dat zij in mijn schoenen zou moeten staan. Ik neem mijn ouders hierin niks kwalijk. We kwamen niets te kort. We gingen meerdere keren per jaar op vakantie, we hadden abonnementen op theaters, we konden studeren en de sporten doen die we wilden. Had ik het anders gedaan? Zeker. Heb ik vertrouwen dat mijn kinderen soms even alleen kunnen zijn, vaak niet. Michael daarentegen heeft dat vertrouwen wel. Deze opvoeding liet zien dat je met hard werken mooie dingen kan doen, maar ook dat dit soms ten koste kan gaan van echte aandacht.  Niks goed, niks fout.

Michael komt uit een iets traditionelere rolverdeling in het gezin. Zijn vader is kostwinnaar en zijn moeder zorgde voor het gezin. Iets wat ze nog steeds met heel veel liefde en geduld doet. Zorgen voor iedereen. Zorgen maken om iedereen. Wanneer ik niet blijf staan staat er binnen no-time een soepje voor de deur. Boodschappen worden gedaan. Ik hoef er niet eens om te vragen. Iets wat ik niet gewend ben. Ik heb geleerd dat je je tanden op elkaar moet houden tot je niet meer kan en dan val je om. Maar dan was ik ook alleen thuis, want mijn ouders waren aan het werk. Michael zijn zusje heeft een verstandelijke beperking, hij leert al vroeg dat iedereen anders is. Maar voor hem is het normaal. Ik denk dat hij onbewust ook leert op zichzelf te zijn. Hij is niks te kort gekomen. Hij ziet ook dat werken voor je centen ervoor zorgt dat je dingen kan doen.

Iets wat onze gezinnen beide wel hebben is het leven in het hier en nu. Zitten op je centen maakt dat je verzekerd bent in de toekomst, maar wat als die morgen voorbij is?

Mijn ouders hebben nooit iets gepusht, die van Michael ook niet. Ik ging van de mavo/havo naar vmbo theoretische leerweg. Door naar het MBO 4 versnelt in drie jaar en daarna naar de HBO pedagogiek versnelt in drie jaar. Mijn ouders hebben mij elke keuze zelf laten maken. Michael had havo/vwo advies en is de havo gaan doen. Daarna is hij twee verschillende HBO studies gaan volgen. Wanneer hij vakken niet haalde , zag hij het niet meer zitten en stopte met de opleiding. In de klas zitten is niet zijn ding. Dit is overigens een stuk faalangst, want deze zien we nu ook bij Mila en Morris. Hij gaat op zijn 18e als hamburgerbakker werken bij de Nijhof en toen ik hem leerde kennen deed hij de administratie op kantoor daar. Door hard werken en zichzelf dingen aanleren kreeg hij steeds meer verantwoordelijkheid. Uiteindelijk start hij klein zijn eigen website bouw bedrijfje. Laat zien wat hij doet en wordt gevonden door een detacheringsbureau. Bij zijn eerste detachering wordt hij direct voor vast overgekocht en nu zit hij in een internationaal bedrijf waarin ze hem graag zien groeien als manager.

Michael en ik waren een half jaar samen toen we ons inschreven voor een nieuwbouwproject. We werden ingeloot en kregen onze eerste keuze. Oops! Dit hadden we nooit verwacht. Ik moest nog anderhalf jaar naar school voor ik mijn HBO pedagogiek gehaald zou hebben. Ik zocht een baan naast elk uurtje vrij die ik had in mijn studie. We hadden niet veel geld, wanneer we weer een APK hadden zagen we ons vakantiegeld in rook opgaan. Michael zijn ouders stonden er meteen, namen ons mee op vakantie, hielpen waar nodig. Ons huis is ingericht door mijn ouders en zo konden we in een knus nestje werken aan onze toekomst.


Ik heb een tien-minuten gesprek van Morris. Dus juf begint, "We willen het even met jullie hebben over Morris dus het is goed dat je alleen bent.." Mijn tijgermoeder gaat direct aan. Morris scoort ver boven gemiddeld en haalt in de toetsen met gemak eind niveau groep vier. Hij zit in de eerste helft van groep drie. Ze zegt, "zijn score is zo hoog dat we na eind score groep vier gestopt zijn met scoren". Dat betekent in dit geval twee dingen. We kunnen intelligentieonderzoek doen en dan beslissen of we hem een klas laten overslaan. "Of?" zei ik, "We doen het niet". Morris moet op sociaal gebied zoveel leren nog. Hij durft geen fouten te maken. Hij vind zichzelf op de voorgrond zetten zo spannend. Er zijn zoveel andere aspecten waar hij nog moeite mee heeft. Ik vroeg de juf of ze het gevoel had dat hij zich verveelde. Ze zei van niet.

Vorig jaar hebben we met Mila hetzelfde traject gehad. De juf wilde haar meer uitdagen, terwijl zij bij de gedachte al in paniek schoot. De tijgermoeder zei hier wederom STOP! In groep vijf scoort ze gemiddeld. Ze is ontzettend bezig met wie ze is, wie ze wil zijn. Dat bijna al haar energie gaat naar dit stuk en dat is helemaal goed.

Thuis hebben Michael en ik het erover en wat opvoeden betreft zitten we bijna altijd op één lijn. Hoewel we elkaar ook kunnen uitdagen in hoe we onze skills inzetten. Maar ook van wie welk gedrag van elk kind nu de spiegel is? We willen beide niet dat ze gepusht worden, maar wel uitgedaagd. Op welke vlak dan ook. Maar die spiegel, dat is het hem nou he? Confronterend, leerzaam en vaak heel mooi.

We moeten maar gaan sparen voor die studies, dromen over wat ze later gaan worden. Gelukkig hebben we daar ook nog onze kleine flierfluiter Mex, die trekt de score wel weer recht. Want wat kunnen we van hem en zijn zorgeloosheid leren. Hij wordt gelukkig van bouwen, is mega creatief. Hij ziet in elke vorm , vlek die hij tegenkomt wel iets. Mex noemt alle kinderen in zijn klas zijn vriendjes. Wanneer ik vraag hoe ze heten heeft hij hier geen antwoord op. Maar als de hele wereld je vriendje is dan ben je pas echt een gelukkig mens!

 

Lees 317 keer

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.