Ik moet

Ik moet. Ik moet fulltime werken. Ik ben een geëmancipeerde vrouw dus ik wil ook bijdragen aan het huishouden. Sterker nog in ons huishouden ben ik degene met diploma's. Ik ben moeder en moet er zijn voor de kinderen. Ze verzorgen, opvoeden, rond taxiën van sportclub naar sportclub. Ik moet weer strak in mijn lijf zitten, gezond eten en sporten. Ik moet een partner zijn die altijd emotioneel en fysiek beschikbaar is voor mijn man. Ik moet sociaal zijn en mijn vriendschappen niet verwaarlozen. Ik moet mijzelf blijven ontwikkelen.  Ik moet van waarde zijn, ik moet gezien worden, ik moet het verschil kunnen maken. Maar van wie moet ik dit eigenlijk?

 "Hoe gaat het met je boek?" De meest gestelde vraag die ik krijg als ik iemand al een tijdje niet heb gezien. Ik heb natuurlijk overal lopen roeptoeteren dat ik minder ging werken om eindelijk dat boek te schrijven. "Ik heb een writers block", is het grootste excuus die ik mijzelf wijsmaak. Nadat ik mijzelf dit vorige week tegen drie verschillende mensen hoorde zeggen, kon ik alleen maar denken, wie hou jij nou voor de gek? Mijn boek was mijn grote excuus om eindelijk eens toe te geven aan het feit dat ik minder wilde werken. Zo, bam! Dat is eruit. Maar het feit is dat ik totaal uit balans was. Ik was stiekem jaloers op iedereen die even 'uitviel' om aan zichzelf te werken. Dacht alleen maar; kon ik maar een sabbatical nemen. Wel betaald dan he? Gewoon even niks. Gewoon ontdekken wie ik ben zonder verwachtingen. Maar een dagje minder werken om gewoon even 'te zijn' is iets wat ik bijna niet kon verklaren naar mijzelf en naar de buitenwereld. Of eigenlijk denk ik dat de wereld van mij verwacht dat ik een verklaring of goede reden moet hebben om minder te werken. Verwachtingen he? Dat blijft interessant. 

Afgelopen maandag was ik bij mijn moeder. Twee weken terug vierde mijn zusje haar verjaardag. De familiebanden zijn sinds de scheiding van mijn ouders en het feit dat ze beide een nieuwe partner hebben op zijn zachts gezegd behoorlijk bekoeld. Ik vind dat jammer. Ik probeer altijd alles met elkaar te verbinden maar merk wel dat ik ook de enige ben die deze moeite doet. Ik vind ook dat ik dit moet doen. Ik vind familie belangrijk. Toen ik mijn zusje op haar verjaardag vroeg wanneer mama zou komen, vertelde ze dat ze al was geweest. "Oh heeft ze vrij genomen?", was mijn verbaasde reactie. Mijn moeder wordt dit jaar 65 en werkt soms nog zes dagen in de week. Inclusief de weekenden. "Nee mama kan bijna niet meer lopen, ze is ziekgemeld" zegt mijn zusje. Hèhè, dacht ik. De afgelopen twee jaar was het tijdens de keren dat we haar gezien hebben vooral opvallend dat ze steeds slechter ging lopen. "Maar wat heeft ze dan?" Mijn zusje kon er ook niet echt antwoord op geven. Ik app mijn moeder na het weekend dat ik maandag bij haar langskom om koffie te drinken. Toen ik bij haar binnenkwam zag ik mijn moeder die de pijn aan het verbijten was. "Hoe is het?" vroeg ik terwijl ik mijn jas uitdeed. "Ja ik kan echt bijna niets meer, dus het is klaar", zei ze terwijl ze strompelde richting de keuken om koffie te maken.  De afgelopen weken heb ik meerdere keren de gedachte gehad dat ik ooit een keer opgebeld word door haar nieuwe partner met de boodschap dat ze overleden is en dat ze misschien al een hele tijd ziek zou zijn en wij het niet wisten. "Het is klaar?" vraag ik wat angstig.  "Ja ik moet geopereerd worden", was haar antwoord. Ik zucht van opluchting, ik was al een grafrede aan het schrijven in mijn hoofd. Mijn moeder heeft neurogene claudicatio intermittens. Oftewel een vernauwing in je wervelkanaal waardoor je zenuwen op sommige plekken verdoofd voelen. In haar benen heeft ze echt soms echt uitval, constant een dof gevoel. Ze is nu ziekgemeld, maar gaat af en toe nog een dagje werken omdat ze het sneu vindt dat haar directe collega overvraagd wordt. Ze hebben personeel tekort, maar goed waar niet? Ze werkt dan een dag in een winkel en kan alleen maar zitten, op een verkeerde stoel, in een groot pand, in het weekend, in haar eentje. Maar ze gaat toch. "Ik kan niet thuiszitten, dan word ik gek".  Ik ken die die uitspraak. Sterker nog ik zou beter moeten weten, ze stond immers ook altijd de dag na de chemo gewoon te werken. Ik vertel mijn moeder dat ik op maandag vrij ben en ook best met haar mee naar ziekenhuis bezoeken kan. Mijn moeder wuift het weg, ze heeft haar partner die kan prima vrij nemen om mee te gaan. Ik stap in de auto naar huis en ben eigenlijk heel verdrietig. Niet om wat ze heeft, wel om hoe ze ermee omgaat. Je niet kwetsbaar op durven stellen, geen hulp nodig hebben, veel te hard zijn voor jezelf. Vooral heel hard roepen dat je niet thuis kan zitten, maar niet luisteren naar wat je lijf nodig heeft. Mam, ik weet dat je meeleest, maar echt, het is niet zwak om kwetsbaar te zijn. Ik zeg tegen Michael dat ik het niet snap. Waarom zou je geen hulp durven vragen? Michael kijkt mij aan en ik weet wat hij denkt. Ik heb hier ook echt een handje van. Al leer ik steeds meer patronen te doorbreken. Geef ik snel toe aan mijn ziek zijn? Nee. Ja behalve in vakanties, dan is het standaard raak. Geef ik toe aan vermoeidheid? Soms, door vroeg in bed te liggen, vaker niet. Schouders eronder en doorgaan. Ben ik jaloers op de generatie die er nu rondloopt en zijn grens goed aangeeft? Eigenlijk wil ik hier nee op zeggen. Ik schrik soms van de hoeveelheid grenzen bepaalde leeftijdscategorieën durven aan te kaarten. Maar ergens is het knap en totaal de andere kant van hoe ik ben opgevoed. Moet hier in een nuance in komen? Zeker weten. Dus stiekem ben ik best wel een beetje jaloers. 

Afgelopen maandag kom ik thuis na het bezoek van mijn moeder en verplicht mijzelf om achter die computer te zitten. Hup, ga schrijven, je wil dat boek af en dat moet binnen een jaar. Ik start de computer op en open het mapje 'Boek Mel'. Na een kwartier naar het scherm staren rollen de tranen over mijn wangen. Van wie moet ik dit? Vind Michael dat ik 'moet' schrijven? Nee. Hebben we financieel last van die vrije maandag? Nee. Moet ik het boek schrijven omdat ik een deadline heb? Nee. Maar wat brengt die maandag mij tot nu toe? Echt heel veel. Rust in mijn hoofd. Ruimte voor reflectie en mijzelf opnieuw te leren kennen. Inspiratie om andere dingen op te pakken zoals jeugdzaken bij de handbal. Ruimte om afspraken in te plannen om mijn huid eens echt aandacht te geven. Balans thuis in het er zijn voor de kinderen. Was wat altijd op orde is. Een huishouden die soepeltjes loopt. Drukke weekenden met hobby's van de kinderen die minder heftig voelen omdat ik er de maandag van kan bijkomen. Het geeft mij tijd en ruimte om er soms voor te kiezen wel lekker te schrijven. Maar ook ruimte om gewoon eens een paar uur te chillen in het lentezonnetje zonder mij schuldig of opgejaagd te voelen. Ik voel mij oprecht minder gehaast en dat is heel wat in de tijd waar we in leven. Ik durf meer te luisteren naar dat nu nog zachte stemmetje op mijn schouder die zegt dat ik lief voor mijzelf mag zijn. Dat ik kwetsbaar mag zijn. Dat ik ook ruimte mag pakken voor de dingen die ik graag wil doen. Dat stemmetje dat zegt dat ik ook een goede moeder ben als ik een dag minder werk voor mijzelf. Laten we wel wezen, een gelukkig moeder/vrouw heeft ook effect op de rest van ons gezin. 'Ik moet', moet weg. Ik moet niets, ik mag, ik mag zijn... 

 

 

Lees 223 keer

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.